Sommige houtsoorten ontwikkelen tijdens hun groei bijzondere figuren en houtpatronen. Deze natuurlijke afwijkingen maken houtfineer geliefd bij meubelmakers, interieurbouwers en restaurateurs. Bekende voorbeelden zijn wortelfineer, vogelogenesdoorn, pommelé, riegel en quilted maple.
Patronen in hout ontstaan door verschillende redenen, zoals de houtvezels zelf, genetische mutatie, ziekte, stress of domweg toeval. De natuur gaat immers zijn eigen gang.
Soms zie je bijzondere patronen, bijvoorbeeld waar twee takken samenkomen. Er onstaat dan een bloem- of pyramidemotief zoals bij bloemmahonie.
Burls zijn knobbels die vaak ontstaan door een wond of insectenplaag. Als je deze opensnijdt, zie je ingewikkelde patronen die alle kanten op gaan. Zie ook ons wortelfineer.
Andere processen, zoals genetische mutatie, kunnen krul-, draai-, blaar-, quilt-, vlek- en vogelogenpatronen veroorzaken.
Vaak zijn dit soort patronen beperkt tot enkele houtsoorten.
Een ander type patroon ontstaat wanneer een boom op een heuvel groeit of gedeeltelijk omvalt maar blijft groeien. Dit zorgt voor compressie van de houtnerven aan de onderkant van de stam en uitrekking aan de bovenkant.
Veel bijzondere patronen in fineer, zoals pommelé of riegel (gewaterd fineer) worden veroorzaakt door lichtreflectie, oftewel het chatoyance-effect (kattenoog-effect).
Hout met bijzondere patronen is zeldzaam en waardevol. Vooral bij wortelfineer groeit de houtnerf vaak in verschillende richtingen tegelijk. Als het hout niet goed behandeld wordt, kan het tijdens het drogen en latere uitzetting en krimp door de seizoenen gaan splijten. Een manier om splijten te voorkomen is door dit hout eerst in dunne fineerlagen te snijden of zagen.
Fineer is van nature stabieler dan dikker massief hout. Fineer biedt ook een andere aanpak voor het omgaan met houtbeweging, wat meer vrijheid geeft bij het ontwerpen. Als dunne fineerlagen stevig worden gelijmd op een stabiele ondergrond (drager of dragerplaat genoemd), wordt bijna alle beweging dwars op de nerf voorkomen.